- Streken
- Plaatsen
- Natuuur en landschap
- Reizen
- Vervoer
- Praktische informatie
- Fooien
- Etiquette
- Gehandicapten
- Geldzaken
- Gouden Gids
- Gevonden voorwerpen
- Elektriciteit
- Eerste hulp
- Auto informatie
- Ambassades en consulaten
- Douane
- Gezondheid
- Drinkwater
- Huisdieren
- Import en export
- Politie
- Openingstijden
- Postkantoren
- Taxi
- Verzekering
- Telefoon
- Naturisme
- Nationale feestdagen
- Kinderen
- Internet
- Kleding
- Luchthavens en vliegvelden
- Media
- Alarmnummers en internetadressen
- Accommodaties
- Ontspanning
- Achtergrond informatie
- Sport
- Gebieden
Verkeersregels

In Duitsland gelden overwegend dezelfde verkeersregels als in Nederland, met vrijwel het enige verschil dat op de autobahnen vaak geen snelheidslimiet geldt. Wat bijna niemand weet, is dat men in Duitsland verplicht is om een oranje of geel verkeershesje in het voertuig bij te dragen. Ook adviseren wij om een jerrycan met enkele liters brandstof in het voertuig bij te hebben.
Alcohol
- Maximum toegelaten alcoholgehalte: 0,5 pro mille
Snelheidsbeperkingen
- binnen de bebouwde kom: 50 km/u
- Buiten de bebouwde kom: Op autosnelwegen en op wegen met gescheiden rijbanen 130 km/u, aanbevolen maximumsnelheid, maar overwegend geen snelheidslimiet:
1: Personen autos: 130 km per uur
2: Personenwagens en kampeerauto's tot 3,5 ton: 130 km per uur
3: Personenwagens met aanhangwagen en kampeerauto's tussen 3,5 ton en 7,5 ton: 80 km per uur verplicht
- Op andere wegen: 80 km/u - 100 km/u
1: Personen autos: 100 km per uur, verplicht
2: Personenwagens en kampeerauto's tot 3,5 ton: 100 km per uur, verplicht
3: Personenwagens met aanhangwagen en kampeerauto's tussen 3,5 ton en 7,5 ton: 80 km per uur verplicht
Beperkt zicht
Wanneer ingevolge mist, regen of sneeuw de zichtbaarheid minder bedraagt dan 50 m, dan mag niet sneller dan 50 km/u gereden worden.
Slepen
Een voertuig dat een ander voertuig (met pech) sleept op een autosnelweg, mag niet sneller dan 80 km/u rijden.
Stilstaan en parkeren:
Zigzaglijnen op de rijbaan duiden een zone aan waar stilstaan en parkeren verboden zijn. Wanneer een voertuig langer geïmmobiliseerd is dan 3 minuten, of wanneer de bestuurder het voertuig verlaat, dan gaat het om 'parkeren'. Stilstaan en parkeren zijn ondermeer verboden op de inrij of tegenover de inrij van een brandweerkazerne; op standplaatsen voor taxi's. Parkeren is ondermeer verboden niet alleen voor de inrij van eigendommen, maar ook, in smalle straten, aan de overkant van die inritten. Een niet aangekoppelde aanhangwagen of caravan mag op een openbare plaats niet langer dan 2 weken geparkeerd staan. Een omgekeerde driehoek met groene rand, waarin het symbool van een vliegende arend is vermeld, evenals de woorden 'Landschafts-Schutzgebiet' duidt op een beschermde natuurzone. Het parkeren is er verboden op de rijbaan en buiten de aangeduide parkeerplaatsen.
Overnachten in een voertuig
Het is verboden de nacht door te brengen in een voertuig dat op de openbare weg geparkeerd staat. Uitzonderlijk is dit wel toegelaten, namelijk wanneer het gaat om een rustpauze die, in het kader van een lange reis, noodzakelijk is om de bestuurder toe te laten op krachten te komen. Uiteraard moet ook in dat geval het voertuig correct geparkeerd staan en blijft het verboden te 'kamperen' (het op de weg plaatsen van tafels of stoelen). In vele gemeenten bestaat op dit vlak nochtans een minder strikte reglementering (meer bepaald ten voordele van kampeerauto's, door aanduiding van specifieke parkeervakken op de grond).
Lichten
Mistlichten mogen slechts gebruikt worden wanneer ingevolge mist, sneeuw of regen de zichtbaarheid onvoldoende is, namelijk bij zichtbaarheid van minder dan 150 m op autosnelwegen, minder dan 120 m op andere wegen buiten de bebouwde kom, en minder dan 70 m in de bebouwde kom. Bij het slepen van een voertuig met pech moeten beide voertuigen hun noodlichten gebruiken (gelijktijdig knipperen van alle richtingaanwijzers). Een aanhangwagen die 's nachts op de rijbaan geparkeerd staat, moet altijd verlicht zijn (zelfs bij voldoende openbare verlichting).
Veiligheidsgordels en kinderzitjes
Zowel vooraan als achteraan moeten kinderen van minder dan 12 jaar beschermd worden door een gehomologeerd veiligheidssysteem (kinderzitje, verhogingskussen), behalve indien ze groter zijn dan 1,50 m. Kinderen die reeds 12 jaar zijn of groter zijn dan 1,50 moeten de veiligheidsgordel gebruiken zoals volwassenen.
Anderzijds blijkt uit de wetgeving niet duidelijk of het aantal vervoerde kinderen achteraan meer mag bedragen dan het aantal zitplaatsen dat uitgerust is met veiligheidsgordels of kinderzitjes. Er wordt nochtans afgeraden kinderen achteraan zonder bescherming te vervoeren, onder meer ook omwille van het risico van verminderde vergoeding bij ongeval.
